Lichamelijke beperking

Het leven leiden dat bij jou past. Dat wilt ieder kind, ook wanneer je een lichamelijke beperking hebt. Een lichamelijke handicap kan aangeboren zijn of ontstaan door bijvoorbeeld een geboortetrauma, een ziekte aan het bewegingsapparaat of erfelijke aandoening. Vaak is er sprake van meerdere beperkingen tegelijkertijd. Beperkingen kunnen bijvoorbeeld zijn: cerebrale parese (spasticiteit), spina bifida (open rug), de ziekte van Huntington, een dwarslaesie of neuromusculaire aandoeningen zoals Duchenne.

Vaak zie je dat ook cognitieve problemen een rol spelen, waardoor er bijkomende hulpvragen zijn. De behandeling is daarom naast het lichamelijke vaak gericht op cognitieve, emotionele en sociale problemen die hierbij voorkomen. Deskundigen van diverse disciplines (medici, paramedici, gedragskundigen en maatschappelijk werkers) werken samen om behandelingen verder te ontwikkelen. Behandeling richt zich op het omgaan met de beperking, niet op genezing. Centraal staat hoe het gezin zo normaal mogelijk kan functioneren en met elkaar omgaan. En bijvoorbeeld hoe je als mantelzorger goed leert omgaan met je kind. Maar ook hoe je met grote veranderingen in het leven omgaat, zoals naar de middelbare school gaan, starten met een baan, een verhuizing of relaties.

Is zelfstandig wonen niet mogelijk? Dan zijn er diverse woonvormen waar jij kunt wonen met de zorg en ondersteuning die je nodig hebt. Dat kan in voltijd of deeltijd, als buitenschoolse opvang of in de vorm van logeren. Ook voor ouders is er ondersteuning mogelijk. Zo wordt er in het sociaal domein praktische gezinsondersteuning geboden.


Aangepast: Woensdag 21 November 2018

Door Siza

Zo kom je er!

De huisarts of wijkcoach kan je helpen om te bepalen welke zorg jouw kind nodig heeft en deze samen met je regelen. De huisarts en wijkteams van het sociaal domein en specialisten binnen het ziekenhuis verwijzen je door naar de zorgorganisatie voor de juiste begeleiding.

Wie betaalt?

Voor deze zorg is een indicatie nodig. Die kan je krijgen van het Centrum Indicatiestelling Zorg of via een beschikking van de gemeente. Om zorg vanuit de Wlz te krijgen, is een indicatiebesluit nodig van het CIZ. Als er geen Wlz-indicatie is, kan de gemeente een beschikking vanuit de Jeugdwet geven.